College van B&W
Artikel 35-vragen – Windpark Fürstliche Tannen
Losser, 9 juni 2026
Geachte Collegeleden,
Het college is al meerdere keren gewezen op de mogelijke ernstige gevolgen van het windproject Fürstliche Tannen, direct achter Aarnink en pal aan de Nederlandse grens. Het betreft de realisatie van 6 windturbines van circa 250 meter hoogte, met mogelijk een zeer substantiële impact op de leefomgeving en op kwetsbare natuurgebieden, waaronder het Natura 2000-gebied Dinkeldal en de natuurgebieden De Zandbergen en Oelemars.
Op deze locatie bestaat geen juridische basis om de windturbines toe te staan, omdat er op andere locaties voldoende ruimte voor vergelijkbare installaties beschikbaar is. Daarbij komt dat door de Stadt Bad Bentheim in eerdere stukken al is vastgesteld dat het gebied “bedingt geeignet” is. Ondanks eerdere signalen en bespreking in de Actualiteitenraad heeft het college tot op heden een afwachtende houding aangenomen. Dat is naar de mening van ondertekenaars van dit schrijven in dit stadium niet langer te rechtvaardigen.
Nu de BImSchG-vergunning op 5 juni 2026 is gepubliceerd en de bezwaartermijn van vier weken loopt, is sprake van een cruciale fase waarin de belangen van inwoners, natuur en leefomgeving van de gemeente Losser daadwerkelijk verdedigd moeten worden. Het niet benutten van juridische mogelijkheden op dit moment zou bestuurlijk onbegrijpelijk zijn gezien de potentiële onomkeerbare gevolgen. Daar komt bij dat er serieuze aanwijzingen zijn dat bij de totstandkoming van het project niet volledig is gehandeld conform de verplichtingen uit het Espoo- en Aarhusverdrag. Met name de grensoverschrijdende informatievoorziening, participatie en rechtsbescherming lijken onvoldoende geborgd. Dit is niet alleen nationaal problematisch, maar ook onderwerp van lopende internationale signaleringen richting Europese instellingen. Het college kan zich in deze fase niet langer beroepen op het standpunt dat dit een “Duitse aangelegenheid” is. De effecten manifesteren zich op Nederlands grondgebied en raken rechtstreeks aan de verantwoordelijkheid van dit bestuur. Gelet op het voorgaande stellen de ondertekenaars van dit schrijven de volgende vragen:
Vragen
1. Is het college bereid om per direct een integrale juridische en inhoudelijke toets uit te laten voeren van de verleende BImSchG-vergunning en onderliggende onderzoeken, specifiek gericht op de gevolgen voor de gemeente Losser, haar inwoners en haar natuurgebieden?
2. Waarom heeft het college tot op heden geen zichtbaar proactief standpunt ingenomen richting de Duitse vergunningverlener, terwijl de grensoverschrijdende impact aanwezig is en al geruime tijd bekend is?
3. Is het college bereid te laten beoordelen of bij de vergunningverlening is voldaan aan de verplichtingen uit het Espoo- en Aarhusverdrag, in het bijzonder ten aanzien van daadwerkelijke grensoverschrijdende participatie, tijdige informatievoorziening en taaltoegankelijkheid van stukken?
4. Deelt het college de mening dat effecten op het Natura 2000-gebied Dinkeldal en omliggende natuurgebieden niet “achteraf” kunnen worden beoordeeld, maar vooraf volledig moeten zijn onderzocht conform Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn en m.e.r.-regelgeving?
5. Is het college bereid alle juridische middelen in te zetten, inclusief grensoverschrijdende rechtsmiddelen, indien blijkt dat Europese of internationale verplichtingen niet correct zijn nageleefd?
6. Is het college bereid binnen de lopende bezwaartermijn formeel bezwaar (Widerspruch) in te dienen tegen de verleende vergunning om te voorkomen dat de rechtspositie van de gemeente Losser onherstelbaar wordt verzwakt?
7. Indien het college hiervan afziet, kan het college dan concreet en juridisch onderbouwd uitleggen waarom het verantwoord is om géén bezwaar in te dienen, ondanks de mogelijke onomkeerbare gevolgen voor natuur, landschap en leefomgeving aan Nederlandse zijde?
8. Op welke wijze gaat het college de gemeenteraad actief, tijdig en volledig informeren over de verdere stappen in dit dossier, zodat de raad haar controlerende rol daadwerkelijk kan uitoefenen?
Bij deze verzoeken wij, vanwege de tijdsdruk, om zo spoedig mogelijk op onze vragen te antwoorden, waarvoor dank.
Fractie Burgerforum, Lies ter Haar
Fractie CDA, Jurran Visschedijk
Fractie VVD, Janice Meerenburgh
Aanvullende onderbouwende info:
Uit de voorlopige beoordeling van de Europese Commissie
Commission européenne/Europese Commissie, 1049 Bruxelles/Brussel, BELGIQUE/BELGIË – Tel. +32 22991111
EUROPEAN COMMISSION DIRECTORATE-GENERAL ENVIRONMENT Directorate E – Compliance, Governance & Support to Member States ENV.E.3 – Environmental Compliance – Enforcement
Hoewel bijvoorbeeld uit de informatie in bijlage 1 over een project van Bad Bentheim, Noordrijn-Westfalen, in de buurt van De Lutte, Zandbergen, Nederland, blijkt dat in dit specifieke geval een milieueffectbeoordeling en een raadpleging uit hoofde van artikel 7 van de MEB-richtlijn hadden moeten worden uitgevoerd en dat er mogelijk sprake is geweest van schendingen van de bovengenoemde verdragen inzake procedurele bepalingen, zien de diensten van de Commissie hierin niet het nodige bewijs voor het bestaan van een systematische schending.
Note Lies: Daarom is later vanuit het Burgercollectief Grensbelang een aanvullende klacht ingediend, waarin de bezwaren van alle grensprojecten gebundeld zijn om hier systematische schending te onderbouwen.
Reactie gezamenlijke werkgroepen (bijlage)
Zoals door de Commissie in haar voorlopige beoordeling is aangegeven, had bij het windenergieproject nabij Bad Bentheim een grensoverschrijdende milieueffectbeoordeling moeten plaatsvinden. De herhaling van vergelijkbare procedurele tekortkomingen bij circa vijftien projecten suggereert dat er sprake is van een bredere uitvoeringspraktijk die nader onderzoek rechtvaardigt.
In dit verband merken wij op dat artikel 7 (Richtlijn 2011/92/EU) voorziet in duidelijke verplichtingen tot kennisgeving en consultatie wanneer projecten waarschijnlijk significante milieueffecten kunnen hebben in een andere lidstaat (“likely significant effects”). Juist in grensregio’s vormt deze bepaling een essentieel instrument om transparantie, samenwerking tussen lidstaten en effectieve participatie van burgers te waarborgen.
Artikel 7 van de MER-richtlijn verplicht tot tijdige informatie en participatie van het publiek en de bevoegde autoriteiten in de andere lidstaat wanneer significante grensoverschrijdende milieueffecten mogelijk zijn.
Gelet op de cumulatieve effecten van meerdere projecten en de beperkte participatiemogelijkheden voor Nederlandse burgers, onderstreept deze situatie het belang van EU-toezicht, zoals voorzien in artikel 17 VEU, waarin de Commissie optreedt als hoedster van de Verdragen.
4. Preventieve aard van EU-milieurecht
De MER-richtlijn, het Verdrag van Espoo en het Verdrag van Aarhus hebben een preventief karakter.
Wanneer grensoverschrijdende betrokkenheid pas plaatsvindt nadat vergunningprocedures grotendeels zijn afgerond, wordt de effectiviteit van deze instrumenten aanzienlijk verminderd.
MER
Grensoverschrijdende MER is verplicht bij een plan als: de ontwikkelingen binnen het plan mogelijk tot significante gevolgen leiden voor Natura 2000-gebieden waardoor op grond van de Wet natuurbescherming een Passende beoordeling nodig is. Wanneer is mer verplicht? - PONT Omgeving Milieueffectrapport en nieuwe algemene milieuregels voor windparken | Informatiepunt Leefomgeving
Ook voor projecten in Natura2000-gebieden moet een MER worden opgesteld om te bepalen of een plan of project significante gevolgen heeft voor het gebied. Als niet uitgesloten kan worden dat een plan of project significante gevolgen heeft, dan dient een passende beoordeling gemaakt te worden. Deze passende beoordeling gaat dieper in op de gevolgen voor de gebieden. Meer informatie over de relatie tussen de Natura2000-gebieden en het opstellen van een MER is te vinden in deze factsheet van de Commissie voor de milieueffectrapportage. Milieueffectrapportages - Europa decentraal
9. Gemeinde Lösser: Schreiben vom Gem0Gem7.08.2023
Sicher bei den Änderungen kurz über oder an die Grenze, um
genau zu sein die Fürstliche Tannen (95) angehend, haben wir
Sorgen das unsere Belange, die Belange der Einwohnenden
von Losser, berührt werden. Jedenfalls steht für uns noch nicht
fest, dass keine Belange der Umwelt angehend berührt
werden.
Wir werden gerne mit Ihnen im Kontakt bleiben über den
Verfolg. Wahrscheinlich die Bebau-ungspläne. Dazu gehört
möglich auch das ausführlich besprechen von den Plänen mit
Ihnen. Die Stellungnahme wird zur Kenntnis genommen. Es werden entsprechende Gutachten (Schall, Schattenwurf etc.) erstellt, um zu dokumentieren, dass es nicht zu unrechtmäßigen Belastungen kommt.
Reactie Gemeente Losser 7.8.23
Es wird aber konstatiert, dass sich die Stadt mit dieser politischen Entscheidung nicht an ihr eigenes Standortkonzept aus 2022/2024 hält, da die ausgewählten Waldstandortim Standortkonzept als nur „bedingt geeignet“ bewertet werden und andere besser geeignete Standorte im Gemeindegebiet (insbesondere Freiflächen außerhalb des Waldes) – auch laut Aussage des Standortkonzeptes – vorhanden sind. Bis zum Zeitpunkt dieser Stellungnahme hat die Stadt keine
fachlichen Argumente geliefert, welche Gründe die Abweichung von ihrem eigenen Standortkonzept rechtfertigen.