actuele informatie windpark Fürstliche Tannen en overige windprojecten

  • Home
  • Nieuws
  • actuele informatie windpark Fürstliche Tannen en overige windprojecten

In september zijn verkiezingen in Niedersachen. Er wordt op de socials volop campagne gevoerd. Onder de diverse stukjes zetten we deze reactie:
Offener Brief an die Kandidatinnen und Kandidaten für die Landrats- und Kreistagswahl im Landkreis Grafschaft Bentheim
Grenzüberschreitende Windenergieprojekte brauchen Rechtsstaatlichkeit, Transparenz und gute Nachbarschaft
Sehr geehrte Kandidatinnen und Kandidaten,
am Wahltag entscheiden die Bürgerinnen und Bürger der Grafschaft Bentheim über die Zukunft ihres Landkreises. Dabei geht es nicht nur um Straßen, Schulen oder Finanzen, sondern auch um die Verantwortung gegenüber den Menschen, die unmittelbar jenseits der deutsch-niederländischen Grenze leben.
In den vergangenen Jahren sind mehrere großflächige Windenergieprojekte unmittelbar an der niederländischen Grenze geplant worden. Diese Vorhaben führen seit Jahren zu erheblichen Konflikten mit den niederländischen Nachbargemeinden und ihren Einwohnern. Ursache ist nicht die Windenergie an sich, sondern die wiederkehrende Missachtung grenzüberschreitender Beteiligungsrechte und internationaler Vereinbarungen. Dadurch ist das Vertrauen in die gute deutsch-niederländische Zusammenarbeit erheblich unter Druck geraten.
Internationale Abkommen wie die Espoo-Konvention und die Aarhus-Konvention verpflichten Behörden ausdrücklich dazu, grenzüberschreitende Umweltauswirkungen frühzeitig zu untersuchen und die betroffene Bevölkerung wirksam und gleichberechtigt zu beteiligen. Gerade bei Windenergieanlagen ab 250 Metern Höhe unmittelbar an der Grenze sollte dies selbstverständlich sein.
Die Praxis zeigt jedoch ein anderes Bild. Dabei handelt es sich nicht um Einzelfälle, sondern um ein strukturelles Problem. Niederländische Anwohner mussten in mehreren grenznahen Genehmigungsverfahren feststellen, dass wichtige Unterlagen oftmals nur auf Deutsch verfügbar waren, Informationen nur schwer zugänglich waren und eine vollständige grenzüberschreitende Umweltverträglichkeitsprüfung (UVP/MER) aus ihrer Sicht fehlte oder unzureichend war. Internationale Verpflichtungen wurden dadurch wiederholt nicht oder nur unzureichend umgesetzt. Das beschädigt das Vertrauen in den Rechtsstaat und belastet dauerhaft das Verhältnis zwischen unseren Grenzregionen.
Hinzu kommt, dass die Regierungen Deutschlands und der Niederlande bislang keine Einigung über eine mögliche Ausnahme von Artikel 5 des Meppener Grenzvertrages erzielt haben. Die Niedersächsische Staatskanzlei hat ausdrücklich bestätigt, dass der Grenzvertrag weiterhin uneingeschränkt gilt und eine Ausnahme ausschließlich durch eine gemeinsame Verbalnote beider Regierungen möglich ist. Eine solche Einigung liegt derzeit nicht vor. Solange dies der Fall ist, darf nicht der Eindruck entstehen, dass bestehende internationale Vereinbarungen faktisch vorweggenommen oder umgangen werden.
Gerade deshalb kommt den kommunalen und regionalen Verantwortungsträgern eine besondere Verantwortung zu. Gute Nachbarschaft endet nicht an der Staatsgrenze. Sie setzt voraus, dass internationale Verpflichtungen eingehalten, die Interessen der Menschen auf beiden Seiten der Grenze ernst genommen und grenzüberschreitende Auswirkungen vollständig und transparent geprüft werden.
Wir appellieren deshalb an Sie als zukünftige politische Vertreterinnen und Vertreter des Landkreises Grafschaft Bentheim:

  • Setzen Sie sich für vollständige Transparenz bei grenznahen Windenergieprojekten ein.
  • Sorgen Sie dafür, dass die Verpflichtungen aus der Espoo- und Aarhus-Konvention konsequent eingehalten werden.
  • Unterstützen Sie grenzüberschreitende Umweltprüfungen, wenn Projekte erhebliche Auswirkungen auf niederländische Gemeinden, Natura-2000-Gebiete und die Lebensqualität der Menschen beiderseits der Grenze haben können.
  • Fördern Sie einen offenen und gleichberechtigten Dialog mit den niederländischen Kommunen und ihren Einwohnern, bevor Entscheidungen getroffen werden.
  • Setzen Sie sich dafür ein, dass internationale Verträge und das Meppener Grenzvertrag uneingeschränkt respektiert werden.
  • Stellen Sie sicher, dass Rechtsstaatlichkeit, Transparenz und gute Nachbarschaft ebenso wichtig sind wie die Energiewende.

Die deutsch-niederländische Grenzregion gilt seit Jahrzehnten als Beispiel erfolgreicher Zusammenarbeit in Europa. Dieses Vertrauen darf nicht durch Genehmigungsverfahren beschädigt werden, bei denen sich Bürgerinnen und Bürger auf der anderen Seite der Grenze systematisch unzureichend informiert und beteiligt fühlen.
Die Energiewende kann nur dann dauerhaft Akzeptanz finden, wenn sie rechtsstaatlich, transparent und gemeinsam mit allen betroffenen Menschen umgesetzt wird – auch über Staatsgrenzen hinweg. Wer internationale Zusammenarbeit ernst nimmt, muss auch internationale Vereinbarungen respektieren.
Von den zukünftigen politischen Verantwortungsträgern im Landkreis Grafschaft Bentheim erwarten wir deshalb, dass sie sich aktiv dafür einsetzen, diese strukturellen Defizite zu beenden. Rechtsstaatlichkeit, Transparenz und die Einhaltung internationaler Verpflichtungen dürfen bei grenzüberschreitenden Windenergieprojekten nicht länger zur Verhandlungsmasse werden. Nur so kann das Vertrauen zwischen Deutschland und den Niederlanden dauerhaft erhalten und gestärkt werden.
Mit freundlichen Grüßen,
Burgerforum Losser
(Burgercollectief Grensbelang)


Deze brief is uitgegaan n.a.v. de brief van 15 juli van het Ministerie van BZ in reactie op onze vragen:
Hartelijk dank voor uw brief van 15 juli 2026. Ik waardeer de tijd die u heeft genomen om onze zorgen te bespreken en de positie van de Rijksoverheid toe te lichten.
Desondanks moet ik constateren dat de kern van mijn vragen onbeantwoord blijft. Mijn vragen gaan nadrukkelijk niet over de wenselijkheid van windenergie of de energietransitie als zodanig. Zij gaan over een fundamentele vraag: welke verantwoordelijkheid draagt de Nederlandse regering voor de bescherming van Nederlandse belangen wanneer ruimtelijke ontwikkelingen op Duits grondgebied directe en langdurige gevolgen hebben voor Nederlandse inwoners, natuur, eigendommen en de leefomgeving?
Juist omdat langs vrijwel de gehele Nederlands-Duitse grens vergelijkbare ontwikkelingen plaatsvinden en duizenden Nederlandse grensbewoners hierdoor worden geraakt, verzoek ik u de onderstaande vragen afzonderlijk, inhoudelijk en gemotiveerd te beantwoorden.

  1. Hoe ziet de Nederlandse regering haar eigen verantwoordelijkheid bij grensoverschrijdende ruimtelijke ontwikkelingen die meerdere provincies raken en rechtstreeks gevolgen hebben voor Nederlandse inwoners, natuurgebieden, eigendommen en de ruimtelijke ordening?
  2. Waarom wordt de verantwoordelijkheid voornamelijk bij provincies gelegd, terwijl internationale afspraken uitsluitend door de Nederlandse Staat kunnen worden gemaakt, uitgelegd of gewijzigd?
  3. Hoe waarborgt de Nederlandse regering dat grensbewoners langs de gehele Nederlands-Duitse grens kunnen rekenen op een gelijkwaardige bescherming van hun belangen, ongeacht de provincie waarin zij wonen?
  4. Op welke wijze worden nationale belangen, zoals natuur, stikstof, woningbouw, ruimtelijke ontwikkeling en de bescherming van de leefomgeving, meegewogen wanneer ruimtelijke ontwikkelingen op Duits grondgebied directe gevolgen hebben voor Nederland?
  5. In uw brief van 15 juli jl. schrijft u dat Duitsland niet openstaat voor afstandsnormen. Op welke officiële Duitse standpunten, documenten of andere verifieerbare informatie baseert de Rijksoverheid deze conclusie? Daarnaast schrijft u dat Duitsland naar aanleiding van Nederlands overleg enkele zoeklocaties nabij de grens heeft aangepast. Om welke locaties gaat het en welke concrete resultaten heeft dat opgeleverd?
  6. Wat verstaat de Nederlandse regering in dit verband onder een nationaal belang en internationale verplichtingen? Op grond van welke criteria is geconcludeerd dat deze grensoverschrijdende problematiek geen aanleiding geeft tot een actieve rol van het Rijk?

Een provinciale benadering biedt geen gelijkwaardige bescherming
Uit uw eerdere brieven en de beantwoording van de Kamervragen blijkt dat de Rijksoverheid de problematiek onderkent, maar de verantwoordelijkheid in belangrijke mate bij de provincies legt. Juist daar ontstaat het probleem.
Langs vrijwel de gehele Nederlands-Duitse grens spelen vergelijkbare ontwikkelingen. Provincies maken daarbij ieder een eigen bestuurlijke en juridische afweging. Sommige provincies ondernemen bestuurlijke of juridische stappen, terwijl andere zich terughoudend opstellen. Hierdoor ontstaat geen eenduidige bescherming van Nederlandse belangen en worden grensbewoners afhankelijk van de provincie waarin zij wonen. Dat leidt tot rechtsongelijkheid bij een vraagstuk dat zich juist over meerdere provincies uitstrekt.
Internationale afspraken zijn een verantwoordelijkheid van de Nederlandse Staat
Provincies zijn geen verdragsluitende partij. Internationale afspraken worden door de Nederlandse Staat gemaakt, uitgelegd en zo nodig gewijzigd.
Na ontvangst van uw brief heb ik aanvullende vragen gesteld aan de Niedersächsische Staatskanzlei. Uit die reactie blijkt dat Nederland en Duitsland op nationaal niveau overleg voeren over de juridische kaders die relevant zijn voor grensoverschrijdende ruimtelijke ontwikkelingen. Dat roept de vraag op hoe dit zich verhoudt tot het standpunt dat de verantwoordelijkheid in dit dossier in eerste instantie bij de provincies zou liggen. Wanneer de juridische kaders op staatsniveau worden besproken en internationale afspraken uitsluitend door de Nederlandse Staat kunnen worden gemaakt of gewijzigd, ligt het voor de hand dat ook de bescherming van Nederlandse belangen uiteindelijk een verantwoordelijkheid van de Nederlandse Staat is.
Wie beschermt uiteindelijk de belangen van Nederlandse grensbewoners?
Voor grensbewoners ontstaat hierdoor een onduidelijke situatie. Provincies verwijzen voor internationale afspraken en grensoverschrijdende vraagstukken naar het Rijk, terwijl het Rijk voor de uitvoering verwijst naar de provincies als gebiedsregisseur. Voor Nederlandse inwoners is het bovendien bijzonder lastig om hun belangen juridisch te beschermen. Gemeenten beschikken veelal niet over de benodigde bevoegdheden. Bij provinciale procedures is nog niet duidelijk hoe de rechter de verantwoordelijkheid van provincies in dit soort grensoverschrijdende situaties uiteindelijk zal beoordelen. Voor Nederlandse inwoners zijn de mogelijkheden om in Duitsland tegen ruimtelijke besluiten op te komen zeer beperkt en kostbaar. Natuurorganisaties beschikken in sommige gevallen wel over een procespositie, maar niet altijd over de capaciteit of de middelen om langdurige procedures te voeren.
Daarmee blijft uiteindelijk één fundamentele vraag onbeantwoord: welke overheid draagt uiteindelijk verantwoordelijkheid voor de bescherming van de rechten en belangen van Nederlandse grensbewoners wanneer geen enkele overheid die verantwoordelijkheid volledig lijkt te nemen? Juist daarom is naar mijn mening sprake van een vraagstuk dat niet uitsluitend als een provinciale verantwoordelijkheid kan worden beschouwd. Naar mijn mening mag die bescherming niet afhankelijk zijn van de provincie waarin iemand woont of van de bereidheid van een individuele provincie om op te treden.
Nationale belangen
De gevolgen van deze ontwikkelingen reiken verder dan uitsluitend de plaatsing van windturbines. Nederland staat voor grote maatschappelijke opgaven op het gebied van stikstof, natuurherstel, woningbouw, gezondheid en ruimtelijke kwaliteit.
Wanneer grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen direct over de grens gevolgen hebben voor Nederlandse Natura 2000-gebieden, de leefomgeving of de gebruiksmogelijkheden van Nederlandse gronden, rijst de vraag op welke wijze deze effecten worden betrokken bij de nationale belangenafweging. Voor grensbewoners is moeilijk te begrijpen dat zij aan Nederlandse regelgeving en beperkingen zijn gebonden, terwijl vergelijkbare gevolgen vanuit Duitsland kunnen optreden zonder dat duidelijk is welke Nederlandse overheid uiteindelijk verantwoordelijk is voor de bescherming van hun belangen.
Verdrag van Espoo, NDCRO en de praktijk
In uw brief wordt verwezen naar het Verdrag van Espoo en de Nederlands-Duitse Commissie voor de Ruimtelijke Ordening (NDCRO). Het Verdrag van Espoo regelt procedurele verplichtingen, zoals kennisgeving, overleg en grensoverschrijdende milieueffectrapportage, maar bevat geen afstandsnormen of andere ruimtelijke waarborgen voor de bescherming van Nederlandse belangen.
Ook de NDCRO is, voor zover mij bekend, een overlegstructuur zonder bevoegdheid om bindende juridische afspraken vast te stellen of af te dwingen. De door u genoemde brochure vervangt de geldende verdragen of internationale afspraken niet en neemt praktische belemmeringen, zoals taalbarrières, proceskosten en verschillen in bestuursprocesrecht, evenmin weg.
Zoeklocaties nabij de grens
Daarnaast schrijft u in uw brief van 24 juni 2025 dat Duitsland naar aanleiding van Nederlands overleg enkele zoeklocaties nabij de grens heeft aangepast.
Deze mededeling lijkt moeilijk te rijmen met de huidige situatie waarin langs grote delen van de Nederlands-Duitse grens nog steeds windturbines met tiphoogten van circa 250 meter of meer op zeer korte afstand van de Nederlandse grens in sommige gevallen op minder dan 100 meter worden voorbereid of vergund. Bovendien zegt een aanpassing van een zoeklocatie op zichzelf nog weinig over de daadwerkelijke bescherming van Nederlandse belangen. De effecten van windturbines van deze omvang beperken zich immers niet tot de locatie waar zij worden geplaatst. De invloed op het landschap, de leefomgeving, de natuur en het woon- en leefklimaat is tot op meerdere kilometers in Nederland merkbaar. Een beperkte verschuiving van een zoeklocatie neemt die grensoverschrijdende effecten daarom niet weg.
Voor zover ons bekend, hebben deze aanpassingen niet geleid tot een merkbare vermindering van de grensoverschrijdende effecten. Ik verzoek u daarom deze stelling nader te onderbouwen en aan te geven welke zoeklocaties dit betroffen en welke concrete resultaten deze aanpassingen hebben opgeleverd.
Tot slot
In uw brief van 13 april 2026 schrijft u dat de Duitse overheden verantwoordelijk zijn voor de locatiekeuze van windturbines. Mijn vragen zien niet op de verantwoordelijkheid van Duitsland voor die locatiekeuze, maar op de verantwoordelijkheid van de Nederlandse regering voor de bescherming van Nederlandse belangen.
Wij vragen hiervoor inmiddels al jarenlang aandacht. In die periode is steeds verwezen naar diverse ministeries binnen de Rijksoverheid, naar de Duitse bevoegdheden of naar de provincies. Daarmee blijft voor grensbewoners de fundamentele vraag onbeantwoord welke overheid uiteindelijk verantwoordelijkheid draagt voor de bescherming van hun rechten en belangen wanneer geen enkele overheid die verantwoordelijkheid volledig lijkt te nemen. Ondertussen gaan de ontwikkelingen langs de grens in hoog tempo door.
Gezien deze ontwikkelingen mag van de Nederlandse regering worden verwacht dat zij hierover duidelijkheid verschaft. Ik verzoek u daarom niet opnieuw te verwijzen naar bestaande procedures, de provincies of de Duitse bevoegdheden, maar de hierboven gestelde vragen afzonderlijk, inhoudelijk en gemotiveerd te beantwoorden.
De schriftelijke reactie van de Niedersächsische Staatskanzlei waarop deze brief mede is gebaseerd, stel ik desgewenst graag beschikbaar.
Ik zie uw inhoudelijke reactie met belangstelling tegemoet.
Met vriendelijke groet,
Karin Pierik
Burgercollectief Grensbelang
(Drenthe, Overijssel, Gelderland en Limburg)




klik op de links voor de volledige brieven
Het Duitse Ministerie over het windproject achter Aarnink

En onze reactie op het teleurstellende antwoord aan Min en Provincie
Antwoord Ministerie
Teleurstellend omdat voorbij wordt gegaan aan het feit dat hier juist de verdragen worden geschonden vanwege onvoldoende inspraak/participatie en geen grensoverschrijdende MER.

Brief ivm Meppener Traktat
En het antwoord per mail, zie onder
die Regierungen der Niederlande und der Bundesrepublik Deutschland arbeiten derzeit an einer Lösung zu Artikel 5 des Meppener Grenztraktats, um im Traktatgebiet Projekte im Bereich der erneuerbaren Energien mittels einer Verbalnote zu ermöglichen.
Durch den in der Pressemitteilung in Bezug genommenen Kabinettsbeschluss vom 07.07.2026 hat die Niedersächsische Landesregierung – im Sinne einer Absichtserklärung – dokumentiert, dass sie dieses Vorhaben unterstützt und konkret das Amt für regionale Landesentwicklung Weser-Ems als die zentrale Stelle auf deutscher Seite etablieren möchte, um zukünftig  Ausnahmegenehmigungen von der Grenzabstandsregelung erteilen zu können. Die konkrete Festlegung der Formulierung der angestrebten Verbalnote – über die Konsens mit den Niederlanden erzielt werden muss – steht aber noch bevor.

Zu Ihren Fragen im Einzelnen:
Zu Frage 1:
Die Pressemitteilung bezieht sich auf den Beschluss der Niedersächsischen Landesregierung vom 07.07.2026.

Zu Frage 2:
Es wurden noch keine Vereinbarungen getroffen. Sowohl die ressortübergreifenden Abstimmungen auf Bundesebene unter Beteiligung Niedersachsens als auch die Gespräche mit den Niederlanden sind noch nicht abgeschlossen.

Zu Frage 3:
Es wurden noch keine Vereinbarungen mit den Niederlanden getroffen. Der Bund befindet sich mit den Niederlanden in Vorgesprächen.

Zu Frage 4:
Es gibt keine Vereinbarungen o.ä., siehe oben.

Zu Frage 5:
Nach Auffassung der Niedersächsischen Landesregierung ist das Meppener Traktat ein rechtsgültiger völkerrechtlicher Vertrag. Die in Artikel 5 geregelte Abstandsregelung ist beiderseits der Grenze zu beachten. Der darin zum Ausdruck kommende Schutzgedanke soll auch in einer mit den Niederlanden zu vereinbarenden Verbalnote Berücksichtigung finden.

Zu Frage 6:
Die Belange niederländischer Einwohnerinnen und Einwohner sowie Naturschutzaspekte werden im Rahmen des anlagenspezifischen Genehmigungsverfahrens für deutsche Windenergieprojekte berücksichtigt. Nach dem entsprechenden Fachgesetz sind Auswirkungen auf die Umwelt, insbesondere auf Luft, Lärm, Wasser und Abfall, sowie auf Einwohner und Natur zu prüfen.

Zu Frage 7:
Die grenzüberschreitende Zusammenarbeit mit den Niederlanden ist ein wichtiges Anliegen der Niedersächsische Landesregierung. Das gilt erst recht, wenn niedersächsische Projekte erhebliche Auswirkungen auf das niederländische Hoheitsgebiet haben.

Ich hoffe, Ihnen mit diesen Antworten weiterhelfen zu können. Für Rückfragen stehe ich gerne zur Verfügung.

Niedersächsische Staatskanzlei
Referat 201
(Recht und Verfassung, Archivwesen, Ressortkoordinierung MJ)
Planckstr. 2
30169 Hannover



Verzoek aan Ministerie om urgente reactie tav grensoverschrijdende projecten

Brief BF aan Min.BZK Boekholt

Antwoord op onze vragen Ministerie

Reactie Provincie Overijssel

Beantwoording vragen over windproject achter Aarnink Losser
College van B&W

Artikel 35-vragen – Windpark Fürstliche Tannen

Losser, 9 juni 2026

Geachte Collegeleden,

 

Het college is al meerdere keren gewezen op de mogelijke ernstige gevolgen van het windproject Fürstliche Tannen, direct achter Aarnink en pal aan de Nederlandse grens. Het betreft de realisatie van 6 windturbines van circa 250 meter hoogte, met mogelijk een zeer substantiële impact op de leefomgeving en op kwetsbare natuurgebieden, waaronder het Natura 2000-gebied Dinkeldal en de natuurgebieden De Zandbergen en Oelemars.

 

Op deze locatie bestaat geen juridische basis om de windturbines toe te staan, omdat er op andere locaties voldoende ruimte voor vergelijkbare installaties beschikbaar is. Daarbij komt dat door de Stadt Bad Bentheim in eerdere stukken al is vastgesteld dat het gebied “bedingt geeignet” is. Ondanks eerdere signalen en bespreking in de Actualiteitenraad heeft het college tot op heden een afwachtende houding aangenomen. Dat is naar de mening van ondertekenaars van dit schrijven in dit stadium niet langer te rechtvaardigen.

Nu de BImSchG-vergunning op 5 juni 2026 is gepubliceerd en de bezwaartermijn van vier weken loopt, is sprake van een cruciale fase waarin de belangen van inwoners, natuur en leefomgeving van de gemeente Losser daadwerkelijk verdedigd moeten worden. Het niet benutten van juridische mogelijkheden op dit moment zou bestuurlijk onbegrijpelijk zijn gezien de potentiële onomkeerbare gevolgen. Daar komt bij dat er serieuze aanwijzingen zijn dat bij de totstandkoming van het project niet volledig is gehandeld conform de verplichtingen uit het Espoo- en Aarhusverdrag. Met name de grensoverschrijdende informatievoorziening, participatie en rechtsbescherming lijken onvoldoende geborgd. Dit is niet alleen nationaal problematisch, maar ook onderwerp van lopende internationale signaleringen richting Europese instellingen. Het college kan zich in deze fase niet langer beroepen op het standpunt dat dit een “Duitse aangelegenheid” is. De effecten manifesteren zich op Nederlands grondgebied en raken rechtstreeks aan de verantwoordelijkheid van dit bestuur. Gelet op het voorgaande stellen de ondertekenaars van dit schrijven de volgende vragen:

Vragen

1. Is het college bereid om per direct een integrale juridische en inhoudelijke toets uit te laten voeren van de verleende BImSchG-vergunning en onderliggende onderzoeken, specifiek gericht op de gevolgen voor de gemeente Losser, haar inwoners en haar natuurgebieden?

2. Waarom heeft het college tot op heden geen zichtbaar proactief standpunt ingenomen richting de Duitse vergunningverlener, terwijl de grensoverschrijdende impact aanwezig is en al geruime tijd bekend is?

3. Is het college bereid te laten beoordelen of bij de vergunningverlening is voldaan aan de verplichtingen uit het Espoo- en Aarhusverdrag, in het bijzonder ten aanzien van daadwerkelijke grensoverschrijdende participatie, tijdige informatievoorziening en taaltoegankelijkheid van stukken?

4. Deelt het college de mening dat effecten op het Natura 2000-gebied Dinkeldal en omliggende natuurgebieden niet “achteraf” kunnen worden beoordeeld, maar vooraf volledig moeten zijn onderzocht conform Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn en m.e.r.-regelgeving?

5. Is het college bereid alle juridische middelen in te zetten, inclusief grensoverschrijdende rechtsmiddelen, indien blijkt dat Europese of internationale verplichtingen niet correct zijn nageleefd?

6. Is het college bereid binnen de lopende bezwaartermijn formeel bezwaar (Widerspruch) in te dienen tegen de verleende vergunning om te voorkomen dat de rechtspositie van de gemeente Losser onherstelbaar wordt verzwakt?

7. Indien het college hiervan afziet, kan het college dan concreet en juridisch onderbouwd uitleggen waarom het verantwoord is om géén bezwaar in te dienen, ondanks de mogelijke onomkeerbare gevolgen voor natuur, landschap en leefomgeving aan Nederlandse zijde?

8. Op welke wijze gaat het college de gemeenteraad actief, tijdig en volledig informeren over de verdere stappen in dit dossier, zodat de raad haar controlerende rol daadwerkelijk kan uitoefenen?

Bij deze verzoeken wij, vanwege de tijdsdruk, om zo spoedig mogelijk op onze vragen te antwoorden, waarvoor dank.

Fractie Burgerforum, Lies ter Haar

 

Fractie CDA, Jurran Visschedijk

 

Fractie VVD, Janice Meerenburgh

 

 

 

 

Aanvullende onderbouwende info:

 

Uit de voorlopige beoordeling van de Europese Commissie

 

Commission européenne/Europese Commissie, 1049 Bruxelles/Brussel, BELGIQUE/BELGIË – Tel. +32 22991111

 

EUROPEAN COMMISSION DIRECTORATE-GENERAL ENVIRONMENT Directorate E – Compliance, Governance & Support to Member States ENV.E.3 – Environmental Compliance – Enforcement

Hoewel bijvoorbeeld uit de informatie in bijlage 1 over een project van Bad Bentheim, Noordrijn-Westfalen, in de buurt van De Lutte, Zandbergen, Nederland, blijkt dat in dit specifieke geval een milieueffectbeoordeling en een raadpleging uit hoofde van artikel 7 van de MEB-richtlijn hadden moeten worden uitgevoerd en dat er mogelijk sprake is geweest van schendingen van de bovengenoemde verdragen inzake procedurele bepalingen, zien de diensten van de Commissie hierin niet het nodige bewijs voor het bestaan van een systematische schending.

Note Lies: Daarom is later vanuit het Burgercollectief Grensbelang een aanvullende klacht ingediend, waarin de bezwaren van alle grensprojecten gebundeld zijn om hier systematische schending te onderbouwen.

Reactie gezamenlijke werkgroepen (bijlage)

Zoals door de Commissie in haar voorlopige beoordeling is aangegeven, had bij het windenergieproject nabij Bad Bentheim een grensoverschrijdende milieueffectbeoordeling moeten plaatsvinden. De herhaling van vergelijkbare procedurele tekortkomingen bij circa vijftien projecten suggereert dat er sprake is van een bredere uitvoeringspraktijk die nader onderzoek rechtvaardigt.

In dit verband merken wij op dat artikel 7 (Richtlijn 2011/92/EU) voorziet in duidelijke verplichtingen tot kennisgeving en consultatie wanneer projecten waarschijnlijk significante milieueffecten kunnen hebben in een andere lidstaat (“likely significant effects”). Juist in grensregio’s vormt deze bepaling een essentieel instrument om transparantie, samenwerking tussen lidstaten en effectieve participatie van burgers te waarborgen.

Artikel 7 van de MER-richtlijn verplicht tot tijdige informatie en participatie van het publiek en de bevoegde autoriteiten in de andere lidstaat wanneer significante grensoverschrijdende milieueffecten mogelijk zijn.

Gelet op de cumulatieve effecten van meerdere projecten en de beperkte participatiemogelijkheden voor Nederlandse burgers, onderstreept deze situatie het belang van EU-toezicht, zoals voorzien in artikel 17 VEU, waarin de Commissie optreedt als hoedster van de Verdragen.

4. Preventieve aard van EU-milieurecht

De MER-richtlijn, het Verdrag van Espoo en het Verdrag van Aarhus hebben een preventief karakter.

Wanneer grensoverschrijdende betrokkenheid pas plaatsvindt nadat vergunningprocedures grotendeels zijn afgerond, wordt de effectiviteit van deze instrumenten aanzienlijk verminderd.

 

MER

Grensoverschrijdende MER is verplicht bij een plan als: de ontwikkelingen binnen het plan mogelijk tot significante gevolgen leiden voor Natura 2000-gebieden waardoor op grond van de Wet natuurbescherming een Passende beoordeling nodig is. Wanneer is mer verplicht? - PONT Omgeving Milieueffectrapport en nieuwe algemene milieuregels voor windparken | Informatiepunt Leefomgeving

Ook voor projecten in Natura2000-gebieden moet een MER worden opgesteld om te bepalen of een plan of project significante gevolgen heeft voor het gebied. Als niet uitgesloten kan worden dat een plan of project significante gevolgen heeft, dan dient een passende beoordeling gemaakt te worden. Deze passende beoordeling gaat dieper in op de gevolgen voor de gebieden. Meer informatie over de relatie tussen de Natura2000-gebieden en het opstellen van een MER is te vinden in deze factsheet van de Commissie voor de milieueffectrapportage. Milieueffectrapportages - Europa decentraal

 

9. Gemeinde Lösser: Schreiben vom Gem0Gem7.08.2023

Sicher bei den Änderungen kurz über oder an die Grenze, um

genau zu sein die Fürstliche Tannen (95) angehend, haben wir

Sorgen das unsere Belange, die Belange der Einwohnenden

von Losser, berührt werden. Jedenfalls steht für uns noch nicht

fest, dass keine Belange der Umwelt angehend berührt

werden.

Wir werden gerne mit Ihnen im Kontakt bleiben über den

Verfolg. Wahrscheinlich die Bebau-ungspläne. Dazu gehört

möglich auch das ausführlich besprechen von den Plänen mit

Ihnen. Die Stellungnahme wird zur Kenntnis genommen. Es werden entsprechende Gutachten (Schall, Schattenwurf etc.) erstellt, um zu dokumentieren, dass es nicht zu unrechtmäßigen Belastungen kommt.

Reactie Gemeente Losser 7.8.23

 

Es wird aber konstatiert, dass sich die Stadt mit dieser politischen Entscheidung nicht an ihr eigenes Standortkonzept aus 2022/2024 hält, da die ausgewählten Waldstandortim Standortkonzept als nur „bedingt geeignet“ bewertet werden und andere besser geeignete Standorte im Gemeindegebiet (insbesondere Freiflächen außerhalb des Waldes) – auch laut Aussage des Standortkonzeptes – vorhanden sind. Bis zum Zeitpunkt dieser Stellungnahme hat die Stadt keine

fachlichen Argumente geliefert, welche Gründe die Abweichung von ihrem eigenen Standortkonzept rechtfertigen.

Share our website